Dag 1. Witte Plofjes




Zaterdag, heerlijk, het is weekend!

Uitslapen en dan eerst een bakje koffie in de tuin. Lekker een beetje aanrommelen en we zien wel wat we vandaag gaan doen. Sowieso verder met de studie, want ik zit he-le-maal in de flow! Eind deze maand examen, dus ik wil knallen. Wat een woordkeuze…

Ik kan niet wachten om dat papiertje op zak te hebben, dan ben ik gewoon gekwalificeerd sportpsycholoog!

Eerst boodschapjes doen en de nageltjes weer even netjes. Zo heerlijk, dat gefriemel aan handen en voeten. Ik ben dan helemaal zen.

Fast forward…

Nooit hoor ik geklop op de deur van de salon. Wat kan dat zijn? Ik voel iets onbehagelijks en toch negeer ik het.

Maar huh, hoor ik nu Gerben zijn stem? Huh?! Nog nooit heeft hij me opgehaald. Er moet wel iets ernstigs zijn en ik denk meteen aan de familie thuis, waar wellicht iets is gebeurd.

Ik loop naar de deur en zie hele grote, zwarte pupillen in zijn ogen.
“Micky, er zijn raketten in de lucht!”
“Ze vliegen hier over ons huis!”
“Nu meekomen naar huis!”

Zonder aarzelen betaal ik in allerijl. Ik zeg tegen de dames: “Bel je baas, vraag wat je moet doen. Bel je baas!”

Met nat gelakte, plakkerige nagels zijn we met de speed of light thuis.

Gerben laat me zijn filmpje zien van witte plofjes in de lucht. De hemel is zo strak blauw en zulke kleine wolkjes hoog in de lucht op deze mooie zonnige dag. Is dat echt iets gevaarlijks en vijandigs?

Uit het niets horen we keiharde knallen. Doffe dreunen die vibraties nageven waardoor ramen en deuren trillen.

IN HEMELSNAAM, WAT GEBEURT HIER?!

We krijgen alerts op onze telefoon, met dat indringende meldingsgeluid. Gerben moet bellen, natuurlijk voor zijn werk. Collega’s informeren: wie is waar en wie is veilig?

Weer knallen. Dreunen. Trillende deuren en ramen.

Ik bel Casper. Hij werkt bij defensie en snapt dit. Ik raak compleet in paniek. Ik begin te gillen, rillen, huilen, trillen. Ik ren door het huis.

Gerben belt met Londen en is zo verschrikkelijk rustig. Het irriteert me. Hij praat verstandig en zegt dat er bommen over ons huis vliegen en dat we worden aangevallen.

De andere kant van de lijn reageert geïrriteerd en downgradet het: “Jullie worden niet aangevallen.”

Ik schiet volledig uit mijn slof.

Ik gil naar de laptop. Laat even achterwege wat ik precies zeg - ik weet het niet meer precies - maar de boodschap en paniek zijn duidelijk.

Gerben heeft al weggedrukt.

Hij slaat zijn arm om me heen, te stevig naar mijn mening, en “brengt” (duwt) me richting de gang, waar dikke muren de deuren naar de slaapkamers omsluiten - de veiligste plek in ons huis.

Ik weet dat op dat moment niet en erger me aan zijn actie.

Hij gaat terug naar de laptop. Ik bel Casper weer. Ik huil, ik ben in paniek.

WEER KNALLEN EN DREUNEN!

De ontploffingen zijn letterlijk over onze compound. Zo luid, zo intens.

Met Casper aan de telefoon en Gerben die meteen weer naast me staat, kan ik mezelf niet meer beheersen. Ik duw Gerben weg. Ik weet niet wat ik met de verbinding met Casper doe en loop in een heel gespannen pas naar de woonkamer.

Ik huil.

Weer een alert. Weer knallen.

Zonder controle over mezelf te hebben ga ik, in elkaar gedoken, achter de bank zitten. Gerben tilt me weg en zegt: “Hier ben je niet veilig.”

Ik wil onder de eettafel gaan zitten. Dat zie je toch altijd in films?

Maar dit is geen film.

Gerben sleept me weer naar de gang.

Ik roep: “Wat moet ik hier?!”

Arme Gerben duwt de deur dicht, gaat achter de deur staan en legt weer uit: dit is de veiligste plek in huis.

En een heel klein beetje verzacht mijn lichaam.

Ik realiseer me dat mijn lijf al die tijd zo strak heeft gestaan. Ik heb enorme hoofdpijn.

Ik voel alleen maar complete spanning en chaos.










Reacties

Populaire posts van deze blog

De sabeltandtijger jaagt. Week 1 van de aanvallen op Abu Dhabi.

Koffie